Tips bij 'Vriendjes'

Naar aanleiding van het prentenboek Vriendjes kunnen veel activiteiten worden ontplooid met kinderen.
Hier worden een aantal ideeën besproken

Door op een creatieve en kunstzinnige manier bezig te zijn met het onderwerp conflicten, kan het inzicht van kinderen in zichzelf en elkaar op een positieve, speelse manier worden vergroot.

Tekenles
Kinderen kiezen een situatie uit het boek. Ze bedenken zelf twee monsters.
Op de tekening moet duidelijk worden wat de monsters samen doen.

Reeks tekenlessen
Kinderen volgen drie tekenlessen met verschillende thema’s. In elke les kan desgewenst een andere tekentechniek worden toegepast.

Les 1: Ruzie
Kinderen tekenen twee monsters die ruziemaken.

Les 2: Schamen
Kinderen tekenen één monster dat zich schaamt. Hoe ziet het eruit als je je schaamt? Probeer het voor te doen en daarna te tekenen. Kijk goed naar de tekeningen in het boek.

Les 3: Lachen, spelen of knuffelen
Laat kinderen twee monsters tekenen die spelen, knuffelen of lachen.

Schetsen
Als je kinderen vraagt een tekening te maken, zijn er veel die snel roepen dat ze klaar zijn. Als je ze eerst ideeën laat bedenken door middel van schetsen, kunnen ze zich op de uiteindelijke tekening vaak beter concentreren. Schetsen kunnen het beste in het klein gemaakt worden, met potlood op schetspapier.
Tien minuten schetsen is genoeg. Een gum kun je beter weglaten. Daarna kiezen de kinderen het beste idee uit. Dat gaan ze in het groot in kleur uitwerken. De mooiste resultaten krijg je met expressief materiaal zoals verf, oliepastelkrijt of ecoline.

Maskers maken
De kinderen maken eerst schetsen van een monster dat ze nog nooit eerder hebben gezien. Daarna krijgen ze een vel stevig papier (A3-formaat) waarin al twee gaten voor de ogen zijn geknipt. Het best gelukte monstergezicht maken ze in kleur.
Een mooi resultaat krijg je met oliepastelkrijt op zwart papier, maar het kan ook met ander materiaal. Als de tekening klaar is, knip je het monster uit en maak je er met elastiekjes een masker van.

Sokpoppen

Leg de sok neer met de hak naar beneden. De kinderen bedenken eerst wat de ogen van het monster zijn. Ze naaien de spullen er zelf op, met bijvoorbeeld maasnaalden. Die zijn niet scherp. Daarna bedenken ze wat de sok nog meer nodig heeft om een monster te worden. Kijk telkens met een hand in de sok of alles op de juiste plaats komt.
Alles is te gebruiken: restjes wol, lapjes, knopen, paperclips en rommeltjes uit een rommella.

Rollenspel
Kinderen spelen een rollenspel, bijvoorbeeld met de zelfgemaakte maskers of sokpoppen.
Kies een aantal thema’s uit het boek. Bijvoorbeeld spelen, klieren, vechten, hopen of goedmaken. Vervolgens bedenken de kinderen zelf een verhaal waarin de situaties voorkomen.
Met kinderen praten over conflicten
Door met kinderen over conflicten te praten krijgen ze meer inzicht. Dat kan ze helpen er beter mee om te gaan.

Na een conflict heb je drie keuzes. Je kunt vechten, weglopen of het weer goedmaken. Wat is het beste om te doen? Praat erover met de kinderen.

Op de eerste zes prenten van Vriendjes zie je hoe een conflict kan ontstaan. Schamen en hopen zijn het omslagpunt. Als je je niet schaamt, of niet hoopt dat het goed komt, is het moeilijk om het weer goed te maken.
Op de laatste vier prenten kun je zien hoe je een einde kunt maken aan een conflict.

Je eigen ruzieverhaal vertellen
Kinderen vertellen over een conflict dat ze zelf hebben meegemaakt.
Welke begrippen uit het boek zijn ze tegengekomen?

Een ruzieverhaal verzinnen
Kinderen verzinnen zelf een verhaal waarin een conflict voorkomt.
Welke begrippen uit het boek komen ze tegen?

Ruzieverhaal en gevoelens
Welke gevoelens kwam je allemaal tegen toen je aan het vervelen/vechten/hopen was? Probeer de gevoelens te benoemen.
Je kunt hierbij ook heel goed het boek Vrolijk gebruiken.

Mindmap
Kinderen tekenen een mindmap naar aanleiding van een begrip (bijvoorbeeld schamen of hopen). Een mindmap ziet eruit als een dwarsdoorsnede van een boom. De stam is een rondje in het midden. Daarin zet je het begrip. Vanuit de stam teken je takken alle kanten op. In elke tak wordt een woord geschreven dat het kind vindt passen bij het begrip.

Belangrijke woorden staan in dikkere takken en de tak kan zich weer splitsen in nieuwe takken waarin nieuwe associaties staan. Kinderen kunnen er ook tekeningen bij maken. Zo worden problemen helder gemaakt en krijgen ze een structuur.


 

Een voorbeeld van een mindmap